Open partiële prostatectomie volgens Millin of Hryntschak
Wanneer een operatie zoals een TURP (Transurethrale Resectie van de Prostaat) of een THULEP wordt overwogen, zal de uroloog het volume van de prostaat onderzoeken. Dit gebeurt vaak eerst via een rectaal onderzoek waarbij de arts met de vinger de prostaat voelt. Ook kan een volumemeting met een transrectale echografie gemaakt worden. Bij zééér grote volumes wordt soms nog gekozen vooreen zeer lang bestaande ingreep.
De open ingreep noemt men een open partiële prostatectomie. Er bestaan twee arianten, genoemd naar de chirurgen die ze ontwikkelden: de techniek van Millin en die van Hryntschak.

De operatie start met een snee in de onderbuik, net onder de navel. Bij de Millin-techniek wordt het prostaatkapsel opengeklapt, bij de Hryntschak-techniek gebeurt dit via de blaas. De chirurg kijkt zo van bovenaf op de prostaat die in de blaas uitpuilt (paars gekleurd op illustraties).

Met de vinger verwijdert de chirurg het binnenste deel van de prostaat via stompe dissectie. Het klierweefsel laat los van het prostaatkapsel, dat blijft zitten. De chirurg controleert daarna de bloeding die hierdoor ontstaat. In plaats van klierweefsel ontstaat een holte die langzaam bekleed wordt met epitheel, het slijmvlies van de blaas.
In het begin ligt er een korst op het oppervlak. Deze korsten lossen geleidelijk op en worden via de urine uitgescheiden. Daaronder groeit dan normaal blaasslijmvlies aan.
Net zoals bij een TURP blijft het kapsel ter plaatse en is het belangrijk om de prostaat naderhand te blijven controleren op kanker. De zenuwen voor erecties liggen buiten het kapsel en worden niet beschadigd bij deze operatie. Daardoor is de kans op erectiestoornissen zeer beperkt. Ook blijft de sluitspier intact, waardoor stress-incontinentie meestal niet voorkomt.
Deze operatie wordt al meer dan 100 jaar toegepast. Het feit dat de techniek sindsdien weinig veranderde, toont aan dat ze veilige en duurzame resultaten geeft. Een nieuwe operatie is na een open partiële prostatectomie erg zeldzaam, terwijl dat soms nodig is na een TURP.
Het belangrijkste verschil met een radicale prostatectomie is dat bij de open partiële prostatectomie het prostaatkapsel behouden blijft. Daardoor is het risico op impotentie en incontinentie veel kleiner.
het weggehaalde weefsel wordt onderzocht onder de microscoop: soms vindt de patholoog toch onverwacht kwaadaardige cellen: dan spreekt men van een T1 prostaatkanker. vaak volstaat goede medsiche opvolging
Wanneer contact opnemen?
- Als u na de operatie meer bloed in de urine ziet dan verwacht.
- Bij aanhoudende pijn of problemen bij het plassen.
- Als u tekenen van een infectie krijgt, zoals koorts of koude rillingen.
- Wanneer u vragen hebt over het herstel of de nabehandeling.
Medische disclaimer
Deze informatie is bedoeld om u te helpen uw arts beter te begrijpen. Het kan niet dienen als vervanging van professioneel medisch advies. Raadpleeg altijd uw behandelend arts bij vragen of onverwachte klachten.
