(Laser)Operatie bij goedaardige prostaat
Een goedaardige prostaatvergroting (ook BPH genoemd) kan de urinebuis wat dichtdrukken. Daardoor krijg je vaak plasproblemen, zoals een slappere straal, vaak moeten plassen, ’s nachts opstaan of een gevoel dat de blaas niet leeg is. Artsen noemen dat samen LUTS: “Lower Urinary Tract Symptoms”, of klachten van de lagere urinewegen.
Meestal starten we met uitleg, leefstijladvies en medicatie. Als dat niet meer voldoende helpt, of als er complicaties ontstaan, kan een operatie de volgende stap zijn. Het doel is bijna altijd hetzelfde: meer ruimte maken in de plasbuis zodat je vlotter kan plassen.
Een operatie is geen “one size fits all”. De keuze hangt af van je klachten, je algemene gezondheid, medicatie (bv. bloedverdunners), je prostaatgrootte en ook van wat je zelf belangrijk vindt (bv. herstelduur, kans op bijwerkingen).
Wanneer is een operatie aangewezen?
Een ingreep komt vooral in beeld als:
- medicatie onvoldoende werkt of niet (meer) verdraagbaar is
- je blaas onvoldoende leeg geraakt en er veel resturine achterblijft (urine die in de blaas achterblijft)
- je herhaaldelijk een urineweginfectie hebt
- je blaasstenen krijgt
- je nierfunctie lijdt onder de obstructie
- je een volledige urineretentie had (plots niet meer kunnen plassen) en je afhankelijk wordt van een sonde
Vandaag kijken we ook vaker naar je “impact” op het dagelijks leven (slaap, werk, activiteiten) en je eigen voorkeuren. Dat weegt mee in de beslissing.
De prostaatgrootte als kompas
Het volume van de prostaat is vaak de belangrijkste leidraad om de juiste techniek te kiezen. Dat volume meten we meestal met een echo (via de buik of via de endeldarm).

Jarenlang was het volume van de prostaat de beslissende factor bij het kiezen van de juiste operatietechniek voor een goedaardige vergroting. De regel was simpel: een TURP voor de kleinere klieren, en een ingrijpende open operatie voor de zeer grote.
Zoals deze infographic laat zien, is er nu een ‘nieuwe standaard’ die deze oude regels doorbreekt: Laser-enucleatie (ThuLEP en HoLEP).
Deze moderne techniek is een ‘gamechanger’ omdat hij de grondigheid van een open operatie combineert met de veiligheid en het snelle herstel van een kijkoperatie. Bovendien is ThuLEP/HoLEP geschikt voor vrijwel elk formaat prostaat, waardoor de grootte niet langer de beperkende factor is.
© Dr. Jan Vanderkerken | Meer informatie op prostaat.be
- Kleine tot middelgrote prostaten (ongeveer 30–80 ml): hier is TURP (Transurethrale Resectie van de Prostaat) nog altijd een veelgebruikte ingreep. “Transurethraal” betekent: via de plasbuis, dus zonder snede in de buik. De uroloog schaaft het overtollige weefsel weg met een kijkoperatie.
- Grote prostaten (>80–100 ml): vroeger was een open operatie (bv. de Millin-techniek) vaak de standaard. Die is effectief, maar je herstel duurt meestal langer en de kans op bloedverlies is groter.
Bij TURP spreken we vandaag meestal over bipolaire TURP. Dat is een modernere vorm met een beter veiligheidsprofiel dan de oudere monopolaire techniek, vooral wat betreft bloedingsrisico en “spoelvloeistof”-problemen.
? Laser-enucleatie (ThuLEP/HoLEP): de nieuwe standaard !
Bij anatomische enucleatie (zoals HoLEP of ThuLEP) wordt het prostaatweefsel dat de plasbuis dichtdrukt als het ware losgemaakt (“uitgepeld”) en daarna verwijderd. Dat gebeurt via de plasbuis, dus ook zonder snede in de buik.
Deze techniek combineert voor veel mannen het beste van twee werelden: grondig wegnemen zoals bij een klassieke operatie, maar met de voordelen van een kijkoperatie.
- Bijna onafhankelijk van grootte: enucleatie kan bij veel prostaatgroottes, ook bij grote klieren.
- Minder bloedverlies: de laser helpt om bloedvaatjes meteen dicht te maken, wat de ingreep vaak veiliger maakt, zeker bij mannen met een verhoogd bloedingsrisico.
- Sneller zonder katheter: vaak kan de blaaskatheter sneller verwijderd worden, erg dikwijls al na 1 nacht! (maar dat blijft individueel).
- Weefsel voor labo-onderzoek: het verwijderde weefsel kan onderzocht worden door de patholoog. Dat is nuttig om toevallige prostaatkanker uit te sluiten of op te sporen.
Belangrijk om te weten: HoLEP/ThuLEP vraagt ervaring en een leercurve van de uroloog.
Niet elk ziekenhuis biedt dit standaard aan, en dat zegt niet automatisch iets over kwaliteit: soms is TURP in een ervaren centrum voor jou gewoon de beste keuze.
“Nieuwe” technieken: minimaal invasief, maar niet altijd definitief
Er duiken geregeld nieuwe, minimaal invasieve technieken op (ook wel MIST: “minimally invasive surgical therapies”). Voorbeelden zijn stoomtherapie (Rezum) of klemmetjes (UroLift). Ze kunnen aantrekkelijk lijken omdat het herstel soms sneller is en de kans op behoud van zaadlozing (ejaculatie) groter kan zijn.
Toch is het belangrijk om kritisch te kijken naar wat je mag verwachten op lange termijn.
- Symptoomverlichting: de verbetering van de urinestraal is bij sommige MIST-technieken gemiddeld minder uitgesproken dan bij TURP of enucleatie.
- Kans op herbehandeling: bij een deel van de mannen is later opnieuw medicatie of een tweede ingreep nodig.
- Verouderde technieken: methodes zoals hyperthermie (TUNA/TUMT) worden vandaag beschouwd als verouderd.
- Greenlight laser: deze techniek verdampt weefsel. Dat betekent dat er vaak minder of geen weefsel overblijft voor labo-onderzoek, en bij sommige mannen is de kans op een heringreep hoger dan bij enucleatie.
- T1 prostaatkanker? Vaak werd bij zo een nieuwe techniek weefsel van de prostaat niet echt weggenomen. Het kan dan ook niet onderzocht worden door de Patholoog.
Bij de klassieke operaties is er wél weefsel dat onderzocht kan worden. Het is natuurlijk niet leuk om horen dat er bij jou bij toeval in dat weefsel prostaatkanker is gevonden. Toch is het beter dit te weten. Lees meer over T1 prostaatkanker
Samengevat: laat je niet leiden door “hype” of snelle slogans. Vraag naar het verwachte effect, de duurzaamheid, de bijwerkingen en wat een plan B is als het resultaat tegenvalt. Voor veel mannen biedt enucleatie vandaag een sterke balans tussen een duidelijke verbetering van de klachten en een veilig herstel, maar de beste keuze blijft persoonlijk.
Wat zijn mogelijke bijwerkingen?
Elke techniek heeft eigen aandachtspunten. Een paar vaak besproken zaken:
- Retrograde ejaculatie: bij TURP en enucleatie komt het zaad bij het orgasme vaak in de blaas terecht in plaats van naar buiten. Dat is niet gevaarlijk, maar kan impact hebben op kinderwens en beleving.
- Tijdelijke plasdrang of branderig plassen: in de eerste weken kan de blaas wat prikkelbaar zijn.
- Incontinentie: tijdelijk urineverlies kan voorkomen. Blijvend urineverlies is zeldzaam, maar we bespreken het altijd vooraf.
- Vernauwing: soms ontstaat later een vernauwing van de plasbuis of blaashals, wat een extra behandeling kan vragen.
De exacte kans op deze bijwerkingen hangt sterk af van je situatie (prostaatvolume, blaasfunctie, eerdere ingrepen, medicatie) en van de gekozen techniek. Vraag gerust naar cijfers die passen bij jouw profiel.
Wanneer contact opnemen?
- Bij aanhoudende of toenemende plasproblemen ondanks medicatie of na een ingreep
- Bij bloed in de urine dat blijft aanhouden, of bij bloedklonters waardoor je moeilijk kan plassen
- Bij koorts, rillingen of toenemende pijn (mogelijk teken van infectie), zeker na een operatie
- Als je plots niet meer kan plassen
- Bij pijn, zwelling of andere klachten die je ongerust maken na de operatie
Medische disclaimer
Deze informatie is algemeen en kan het persoonlijk advies van je arts niet vervangen. Bespreek je vragen of twijfels altijd met je uroloog of huisarts.
