De ‘median lobe’ van de prostaat
Wat is de middenkwab?
De prostaat is een klier die rond de plasbuis ligt, net onder de blaas. Bij sommige mannen is er naast een linker en rechter prostaatkwab ook een deel dat wat meer naar de blaas toe uitpuilt: dat noemen we de middenkwab. Die ligt dus centraal, aan de “blaashals” (de plaats waar de blaas overgaat in de plasbuis).
Door die ligging kan een middenkwab de urine-uitstroom beïnvloeden. Ze groeit meestal traag. Als ze klein is, merk je vaak niets. Wordt ze groter, dan kan ze als het ware in de uitgang van de blaas gaan “hangen”, waardoor de plasstraal trager wordt of plassen meer moeite kost. Dat past binnen klachten van goedaardige prostaatvergroting (geen prostaatkanker): vaker plassen, ’s nachts opstaan, moeilijk op gang komen, zwakke straal of nadruppelen.

Niet elke prostaat groeit op dezelfde manier. Bij sommige mannen ontwikkelt zich een zogenaamde middenkwab: een deel van de prostaat dat centraal bij de blaashals ligt en naar de blaas toe uitpuilt. In deze infographic leggen we uit waarom dit specifieke type vergroting vaak voor plasproblemen zorgt:
Het ‘Terugslagklep’-effect: In rust merk je vaak weinig van een middenkwab. Maar zodra je begint te plassen, scharniert de kwab door de stroom omlaag, precies in de opening van de plasbuis. Hierdoor werkt hij als een terugslagklep die de uitgang blokkeert.
De Gevolgen: Omdat de weg geblokkeerd wordt, moet de blaas veel harder werken. Dit resulteert in een zwakke straal, moeite om de plas op gang te krijgen en een stroom die soms abrupt stopt.
BPH-klachten: Dit mechanisme veroorzaakt de typische klachten van goedaardige prostaatvergroting, zoals vaker plassen (ook ’s nachts), een zwakke straal en nadruppelen.
Goed om te weten: Een groeiende middenkwab past binnen het beeld van een goedaardige prostaatvergroting en is geen vorm van prostaatkanker.
© Dr. Jan Vanderkerken | Meer informatie op prostaat.be
Niet elke man heeft een duidelijk uitgesproken middenkwab, en niet elke middenkwab geeft klachten. De grootte alleen verklaart niet alles: de vorm en de richting waarin ze groeit zijn minstens even belangrijk.
Hoe weet je of er een middenkwab aanwezig is?
De aanwezigheid van een middenkwab zien we meestal met een echografie (een onderzoek met geluidsgolven). Op de beelden kan dat eruitzien als een bolvormige uitstulping aan de onderkant van de blaas. Soms meten we meteen ook hoeveel urine er na het plassen in de blaas achterblijft. Dat heet het residu (resturine).
In sommige situaties is een cystoscopie nuttig. Dat is een kijkonderzoek waarbij we met een dun cameraatje via de plasbuis in de blaas kijken. We doen dit bijvoorbeeld bij bloed in de urine of als er twijfel is over de oorzaak van de klachten. Zo kunnen we ook andere problemen uitsluiten. Blaaskanker is in dit kader niet de meest waarschijnlijke verklaring, maar we nemen bloedverlies wel altijd ernstig en onderzoeken het correct.
Vaak combineren we onderzoeken: een vragenlijst over plasklachten, uroflow (meting van de straalkracht), residumeting en echo. Zo krijgen we een vollediger beeld dan met één test alleen.
Welke problemen kan een middenkwab veroorzaken?
Een middenkwab kan werken als een terugslagklep waarbij de middenkwab als een “balletje” naar voren in de blaashals geduwd wordt bij het plassen. Daardoor wordt de opening waarlangs de urine vertrekt gedeeltelijk afgesloten tijdens het plassen. Het gevolg is dat de blaas harder moet werken om leeg te geraken.
Dat kan leiden tot:
- Trage of onderbroken urinestraal, moeilijk op gang komen, persen.
- Residu: er blijft urine achter in de blaas na het plassen.
- Urineretentie: de blaas geraakt niet meer leeg. Dat kan acuut zijn (plots helemaal niet meer kunnen plassen) of chronisch (stilaan meer en meer resturine).
Als er langdurig veel resturine is, stijgt de kans op problemen zoals terugkerende urineweginfecties of blaasprikkeling. Bovendien kunnen kleine niersteentjes moeilijker uitgeplast worden. Ze kunnen dan in de blaas blijven liggen en daar doorgroeien tot een blaassteen.
Op lange termijn kan ernstige obstructie ook de druk op de nieren verhogen. Dat is niet bij iedereen zo, maar het is één van de redenen waarom we resturine en nierfunctie soms mee opvolgen.
Hoe wordt een middenkwab behandeld?
De behandeling lijkt op die van een goedaardige prostaatvergroting, maar we houden extra rekening met het “mechanische” effect van de middenkwab aan de blaashals.
1) Opvolgen en leefstijladvies
Als de klachten mild zijn en er weinig of geen residu is, kan opvolgen voldoende zijn. Soms helpen eenvoudige maatregelen (bv. ’s avonds minder drinken, alcohol beperken, regelmatig plassen zonder uitstel). Welke tips zinvol zijn, hangt af van je klachtenpatroon.
2) Medicatie
Klassieke medicijnen zoals alfablokkers (die de spier rond prostaat en blaashals ontspannen) kunnen de klachten verminderen, maar bij een uitgesproken middenkwab werken ze soms minder goed of minder lang. Prostaatverkleinende geneesmiddelen (meestal 5-alfa-reductaseremmers) kunnen de groei afremmen en de prostaat op termijn wat doen krimpen, maar dat effect bouwt traag op (meestal maanden).
Wanneer we beide combineren, spreken we van combinatietherapie. Dat is vooral zinvol bij een duidelijk vergrote prostaat én hinderlijke klachten.
Bij medicatie bespreken we altijd mogelijke bijwerkingen, zoals duizeligheid bij alfablokkers of veranderingen in libido/erectie of zaadlozing bij sommige middelen. Niet iedereen krijgt die, maar je moet ze wel kennen om mee te kunnen beslissen.
3) Ingrepen (endoscopisch of chirurgisch)
Als er veel residu is, herhaalde retentie optreedt, er blaasstenen ontstaan, of als medicatie onvoldoende helpt, kan een ingreep aangewezen zijn. Welke ingreep best past, hangt af van de grootte en vorm van de prostaat, je algemene gezondheid, eventuele bloedverdunners en je verwachtingen (bv. rond ejaculatie/vruchtbaarheid).
Bij een grote prostaat en zeker als er ook een blaassteen aanwezig is, wordt soms een klassieke operatie voorgesteld waarbij de prostaat van binnenuit wordt “uitgehold” en tegelijk de steen wordt verwijderd. In oudere teksten vind je dan vaak de term open prostatectomie volgens Millin. Dat blijft een mogelijke aanpak, al gebeurt ze vandaag minder vaak dan vroeger.
Tegenwoordig zijn er in veel centra ook minimaal invasieve alternatieven (via de plasbuis of robot/geassisteerd) voor grotere prostaten, zoals endoscopische enucleatie-technieken. Welke opties voor jou beschikbaar en geschikt zijn, bespreek je best met je uroloog.
Wanneer contact opnemen?
- Als plassen duidelijk moeilijker wordt, pijnlijk is of je plots veel moet persen.
- Als je het gevoel hebt dat je blaas niet leeg geraakt, of als er veel resturine gemeten werd.
- Als je bloed in de urine ziet (ook als het maar één keer is).
- Bij koorts, rillingen of pijn in de onderbuik/flanken met plasklachten (mogelijk infectie).
- Als je plots bijna niet meer kan plassen of helemaal niet meer kan plassen (spoed).
Bij deze klachten neem je best contact op met je huisarts of uroloog. Bij acute urineretentie (helemaal niet kunnen plassen) ga je best dezelfde dag nog naar de spoeddienst.
Korte medische disclaimer
Deze tekst is bedoeld als algemene informatie en helpt je om beter te begrijpen wat er tijdens de raadpleging besproken werd. Hij vervangt geen persoonlijk medisch advies, onderzoek of behandeling. Heb je klachten of twijfel je over je situatie, neem dan contact op met je huisarts of uroloog.
