Waarom heb je een prostaat?
De prostaat is een kleine klier bij mannen, ongeveer zo groot als een kastanje. Ze speelt vooral een rol in de voortplanting. In de prostaat zitten verschillende soorten cellen die samen zorgen dat alles vlot werkt.
- Kliercellen: maken prostaatvocht aan (een deel van het sperma).
- Spiercellen: trekken samen bij de zaadlozing en helpen het sperma vooruit te duwen.
- Kapselcellen: vormen een soort “mantel” rond de prostaat en geven stevigheid.
Het is normaal dat de prostaat met de leeftijd langzaam groter wordt. Dat is op zich geen ziekte, maar het kan wél invloed hebben op het plassen.
Waar zit de prostaat?
De prostaat ligt achter het schaambeen, net onder de blaas. Hij zit als een ring rond het begin van de urinebuis (urethra). De urethra is het buisje waardoor urine van de blaas naar buiten komt tijdens het plassen. Omdat de prostaat rond die buis ligt, kunnen prostaatproblemen soms ook plasklachten geven.
Vrouwen hebben geen prostaat.

Wat doet de prostaat precies?
De belangrijkste functie van de prostaat is het maken van prostaatvocht. Dat vocht mengt zich met zaadcellen (die in de teelballen worden gemaakt) en met vocht uit de zaadblaasjes. Samen vormt dat het sperma.
Dat prostaatvocht is belangrijk omdat het:
- helpt om de zaadcellen vlotter te laten bewegen,
- de zaadcellen energie geeft (onder andere via suikers),
- mee het sperma volume geeft.
Bij een zaadlozing (ejaculatie) trekken de spieren in en rond de prostaat samen. Daardoor wordt sperma in de urinebuis geduwd en vervolgens via de penis naar buiten gestoten. Die samentrekkingen gebeuren automatisch.
Na de zaadlozing komen zaadcellen in de vagina terecht, omgeven door het prostaatvocht. Van daaruit moeten ze verder naar de baarmoeder en de eileiders. De meeste zaadcellen halen dat niet. Daarom zijn er er zo veel nodig. Uiteindelijk kan één zaadcel een eicel binnendringen: dat is de bevruchting.
In de praktijk is de prostaat dus vooral belangrijk voor de kwaliteit en het transport van sperma. Voor het krijgen van een erectie is de prostaat minder bepalend; een erectie hangt vooral samen met doorbloeding, zenuwen en hormonen.
Soms wordt verteld dat een eicel lokstoffen (feromonen) zou afscheiden om zaadcellen te sturen. Dat idee bestaat, maar het menselijk voortplantingsproces is complexer en niet alles is even zeker. Wat wél duidelijk is: de weg naar de eicel is lang, en het sperma (met prostaatvocht) helpt zaadcellen om die tocht beter te doorstaan.
Een voorbeeld om het traject te begrijpen
In de film ‘Look Who’s Talking’ met John Travolta zie je een bekende animatie van de “reis” van zaadcellen. Dat is uiteraard vereenvoudigd, maar het helpt wel om te begrijpen waarom sperma (en dus ook prostaatvocht) nodig is.
Wanneer contact opnemen?
- Bij problemen met plassen: pijn, branderig gevoel, moeilijk starten, zwakke straal, vaak kleine beetjes plassen, of ’s nachts vaak moeten plassen.
- Bij bloed in de urine of in het sperma.
- Bij nieuwe of toenemende pijn in de onderbuik, lies, balzak of onderrug, zeker als je ook koorts hebt.
- Bij pijn tijdens of na de zaadlozing, of duidelijke verandering van ejaculatie (bv. plots veel minder).
- Als prostaatziekten in je familie voorkomen en je wil bespreken wat dat betekent voor jou.
- Als je vragen hebt over de prostaatfunctie of als iets van de raadpleging niet duidelijk was.
Bij plotse urineretentie (je kan niet meer plassen) neem je best dezelfde dag nog contact op met een arts of wachtpost.
Samenvatting
De prostaat is een klier onder de blaas, rond het begin van de urinebuis. Ze maakt prostaatvocht aan, een belangrijk onderdeel van sperma. Bij de zaadlozing trekt de prostaat samen en helpt ze het sperma naar buiten te duwen. Omdat de prostaat rond de urinebuis ligt, kunnen veranderingen aan de prostaat ook plasklachten geven. Als je klachten hebt of ongerust bent, bespreek dat met je arts.
